
Redactie: Bert Garnier
Eindredactie: Prof.F.Debruyne
Het Nederlands Kankerinstituut bestaat 95 jaar. In een kleine eeuw is er veel verbeterd. Er zijn steeds meer geavanceerde behandelingen. De individuele patiënt staat bij de behandeling steeds meer centraler. Verder is het een illusie om te denken dat we ooit de oplossing voor kanker zullen vinden.
Meer dan de helft van de kankerpatiënten overleeft kanker tegenwoordig. Ongeveer 50 jaar geleden bleef nog maar een kwart van alle patiënten in leven. Het succes is te danken aan aan de sterk verbeterde behandelingen en gedragsveranderingen zoals het stoppen met roken. Helaas kunnen we ook constateren dat kanker in 2010 doodsoorzaak nummer 1 is. Voorheen was dat hart-en vaatziekten. Het aantal kankerpatiënten zal de komende jaren verdubbelen tot 700.000 rond 2015! Voortschrijdende wetenschap en toch een stijging van het aantal kankergevallen , dat klinkt pardoxaal, erkent prof.dr.Anton Berns, directeur van het Nederlands Kanker Instituut in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam. Je zou kunnen zeggen dat kanker een welvaartsziekte is. Vroeger gingen er minder mensen dood aan kanker omdat deze mensen simpelweg niet oud genoeg werden. De kans op kanker, de fout in het dna neemt toe naarmate je ouder wordt. De behandelingen zijn succesvoller. We kunnen in ieder geval steeds meer mensen genezen. Bij borstkanker en leukemie is er veel voortuitgang geboekt. Helaas zijn de prognoses van prostaat-, long, darm en alvleesklierkanker nog vrij slecht.
Prof.dr.Bob Pinedo, de bekendste kankerspecialist van Nederland hamert op het belang van preventie. Ook, hij is een groot voorstander van vroeg-diagnostiek via bevolkingsonderzoek.
Berekeningen laten zien dat de kosten van behandeling van een patiënt met uitgezaaide vorm van kanker overeenkomen met die van 1000 scopieën. Prostaatkanker is de meest voorkomende kankersoort bij mannen, gevolgd door longkanker en dikkedarmkanker.
Bron: Dagblad de Limburger
NSIAD’s zoals Ibuprofen en Diclofenac en het gebruik van asperine kunnen mogelijk het prostaat specifiek antigeen (PSA) verlagen maar niet het risico op prostaatkanker. Door een misleidend PSA gehalte in het bloed zou de opsporing van prostaatkanker enigszins vertraagd kunnen worden. Dit aandachtspunt werd naar voren gebracht tijdens de jaarlijkse American Association for Cancer research.
Bron: AUA Daily Sc
Patiënten met kanker onthouden lang niet alles uit een eerste gesprek met hun behandelende arts. Dat ligt niet alleen aan de leeftijd. Hoe meer de arts praat over de prognose en hoe meer informatie hij geeft, hoe minder de patiënten onthouden, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL, de Symfora Groep en de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Sydney in het Journal of Clinical Oncology.
Hoeveel informatie patiënten met kanker onthouden uit een eerste gesprek neemt af naarmate patiënten ouder worden. En als de consulten langer duren en er meer informatie wordt gegeven, hebben patiënten meer moeite met het onthouden van informatie. Daarbij wordt de herinnering sterk beïnvloed door de prognose en de tijd die hier in het gesprek aan wordt besteed.
Patiënten met een slechtere prognose kunnen zich minder van het gehele gesprek herinneren dan patiënten met een betere prognose. Dit betekent dat artsen en verpleegkundigen zich bewust moeten zijn van de impact van het praten over de prognose voor de patiënt, zelfs als de prognose goed is.
Bron: www.nivel.nl
De snelheid waarmee mannen een zaadlozing krijgen, is erfelijk bepaald. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht. Neuropsychiater Marcel Waldinger en farmacologisch onderzoeker Paddy Janssen publiceren de resultaten van hun onderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Sexual Medicine.
Bij vroegtijdige zaadlozing komt een man vrijwel altijd te snel of zeer snel klaar, direct nadat hij in de vagina is gekomen. Snel is bijvoorbeeld binnen 1-2 minuten. Vaak is het een kwestie van binnen 30 seconden.
Bij mannen met vroegtijdige zaadlozing blijkt de stof serotonine minder actief te zijn in het deel van de hersenen dat de zaadlozing regelt. Daardoor verloopt de signaaloverdracht bij mannen met de belangrijkste vorm van vroegtijdige zaadlozing niet goed. Een al eerder ontdekt gen, 5-HTTLPR, blijkt verantwoordelijk voor de hoeveelheid en activiteit van serotonine en regelt daarmee de snelheid van de zaadlozing. 'Deze theorie staat haaks op de al jaren gangbare gedachte dat een vroegtijdige zaadlozing een psychische aandoening is', aldus Waldinger.
Bron: Gezondheid.be
Wilt u snel en discreet testen of u wellicht last heeft van erectieproblemen? Doe dan de ANDROS Erectietest.
Klik hier